SEIZOENER|Winter 2017

Lichtfeesten in de donkere tijd van het jaar

Van Sint Maarten tot Maria Lichtmis

Door: Susan van Kempen

Steeds is zo’n feest als een gouden kraaI aan het snoer van het jaar. Door het terugkerende patroon beleven en herkennen de kinderen het ritme ervan. Zo verbinden de feesten het kind met de natuur, met de werkzaamheid van moeder aarde. Maar tegelijkertijd spreekt elk feest een beeldentaal die ons verbindt met een werkelijkheid die niet meteen zichtbaar is. Kleine kinderen staan vaak nog heel vanzelfsprekend open voor de beelden die in zo’n jaarfeest spreken.

Voor mij is de aarde een levend wezen met een eigen ademhaling. Inademen, naar binnen keren en donker worden; uitademen, naar buiten keren en licht worden. Het zijn binnen het jaar twee grote gebaren. Op de inademing trekt de aarde haar levenskrachten terug. We zien dat het uiterlijke leven afneemt. Dat gebeurt tussen midzomer en midwinter, ofwel tussen Sint Jan en kerst. Met Kerstmis heeft de aarde dan volledig ingeademd. Voor ons wordt het terugstromen van de Ievenskrachten pas echt goed beleefbaar in de herfst. We oogsten, de bladeren vallen, de vogeltrek begint en de dieren maken zich klaar voor de winter. De wereld buiten lijkt kleiner en de hemel verder weg. Dit inademen, dat al inzet met het vallen van het kleine fruit, beleven we in de herfst – met het Michaëlsfeest en het Sint Maartensfeest. Met het uitademen laat de aarde haar levenskrachten weer uitstromen. We zien alom het leven toenemen. Dit proces voltrekt zich van midwinter tot midzomer, tussen Kerstmis en Sint Jan. Stap voor stap beleven we het toenemen van het zonlicht, het zwellen van de knoppen, het weer gaan stromen van het water. De aarde dijt uit, de hemel komt dichterbij. Dit uitademen zet al in na het kerstfeest, maar we beleven dat vooral in de feesten van de lente: Palmpasen en Pasen.

Lichtfeesten
Op de weg van de inademing wordt het buiten steeds donkerder en kouder. We keren naar binnen. Dat is best een klus. Wat heerlijk dat we lichtende voorbeelden vinden, die ons helpen die weg te gaan. Het is een weg met een doel: met Kerstmis in onszelf het Licht geboren laten worden.
Op 11 november met Sint Maarten (zo’n 40 dagen voor Kerstmis) stappen we met een verlichte en uitgeholde knol letterlijk de donkere tijd in. In naam van Sint Maarten trekken de kinderen langs de huizen. In de knol brandt het licht als beeld van de aarde waarin zich de levenskrachten terugtrekken. Het is ook een beeld van onszelf, van ons alledaagse ikje, waarin we een vonk van ons hogere wezen brandend proberen te houden – ondanks de novemberstormen. Sint Maarten gaat ons voor. De legende vertelt dat hij aan de poort van de stad zijn mantel deelt met een bedelaar (die in zijn droom Christus blijkt te zijn). Hij leert ons om te delen.
Terug van de Sint Maartensoptocht nemen we het licht mee naar binnen. Van daaruit mag het verder groeien. Na de novemberstormen zijn de bomen helemaal kaal. Dwars door de takken krijgen we een nieuwe blik op de hemel. Zie, de maan schijnt door de bomen!  
Vandaar komt Sint Nicolaas naar ons toe. We zeggen dat hij uit Spanje komt; met Spanje wordt eigenlijk een ‘andere’ wereld bedoeld. De Fransen drukken dat treffend uit in ‘chateau en Espagne’ dat luchtkasteel betekent. Sint Nicolaas heeft zijn kasteel in de lucht, in de hemel. Daar komt hij elk jaar vandaan om ons groeikiemen te schenken op ons pad. Zijn geschenken zijn bedoeld om ons in onze ontwikkeling verder te helpen. Zoals zijn knecht door de schoorsteen in het hart van het huis kan kijken, zo kan Sint Nicolaas in onze harten kijken en onze goede gedachten waarnemen. Hij leert ons schenken en ontvangen. Met zijn feest brandt de eerste adventskaars al.

Advent, tijd van verwachting
Letterlijk betekent het: ‘komst’. Advent is feest op zich. Het is een vanzelfsprekende voorbereidingstijd. Een mens, maar ook het licht, wordt immers niet zomaar ineens geboren. We gaan op weg naar de stal, op de seizoentafel, in onszelf. Verhalen, liedjes, de adventskalender, ze dragen allemaal bij aan deze voorbereiding. De adventskrans is een treffend symbool. De krans, rond als de zon, is versierd met dennengroen. Dennengroen blijft het hele jaar groen en is het beeld van het eeuwige. Op de krans komen vier kaarsen, voor elke adventsweek een. In de vier herkennen we de aarde: de vier windstreken, de vier seizoenen, de vier natuurrijken (mineraal, plant, dier en mens). Zo symboliseert  de adventskrans het hemelse dat zich met het aardse gaat verbinden. Van het licht dat de duisternis stap voor stap wil doordringen.

Zo naderen we kerst
We leerden te delen en te schenken, om het kind in onszelf levend te houden. Daardoor zijn we zó gegroeid dat er een ruimte is ontstaan. En als de aarde dan op het punt van de grootste duisternis is gekomen, verwachtingsvol de adem in houdt, dan kan in die stilte, in die ruimte in elk van ons, het kind van het Licht geboren worden. Een kind waarvan de komst wordt gemeld aan arme, eenvoudige lieden: de herders op het veld. Het kind van het Licht, het kind van de Liefde.
Op de kerstnacht volgt een periode van 12 heilige nachten, die de boog spannen van Kerstmis tot Driekoningen. Er middenin onze oud- op nieuwviering. In de voorchristelijke tijden geloofde men dat de zon tijdens de 12 heilige nachten van de zonnewende stilstond. In de 12 heilige nachten kunnen we een bezinningstijd beleven, waarin we proberen om het Kerstlicht door te laten werken in de tijd die voor ons ligt. Ja, als het Kerstlicht doorgedrongen is in de aarde, opgenomen is in de harten van de mensen, doorgewerkt heeft in deze heilige nachten, dan kan het Licht terugkeren.

Driekoningen
Dat moment breekt aan met het Driekoningenfeest op 6 januari. De drie koningen zijn ingewijden, die het geheim van de geboorte van het Jezuskind in de sterren konden lezen. Zij zijn dragers van wijsheid en van de cultuur die de mensheid tot dan toe heeft ontwikkeld. Ook vertegenwoordigen zij de levensfasen van de mens. Kasper is de jonge mens, Balthasar de volwassene en Melchior de grijsaard. Als zij weer terug reizen doen zij dat om deze gebeurtenis, de geboorte van het Licht, de wereld in te brengen.
In de Driekoningenoptocht droeg men vroeger een draaiende ster. Daarmee verbeelde men de zon, die na 12 dagen van stilstand weer begon te wentelen. Het licht stroomt de wereld in – de zon hervat haar loop.

Stromende levenskrachten
Vanaf Driekoningen gaan de levenskrachten weer stromen. Dat ervaren we vooral in het voorzichtig lengen van de dagen. In februari beleven we in de sneeuwklokjes en de katjes van de hazelaar al iets van deze stromende  levenskrachten. Dat vieren we met het feest van Maria Lichtmis, op 2 februari. Daarmee sluiten we de kersttijd af. Het lichtje namen we met Sint Maarten mee naar binnen. Door de kersttijd heeft het zich steeds meer verinnerlijkt en uitgebreid. Nu schenken we het aan de aarde en dragen het naar buiten toe. Vanuit de kerk hield men met Maria Lichtmis een ommegang met brandende kaarsen. Na afloop schonken de mensen de kaarsen aan Maria. We sluiten de kersttijd af met restjes kerstkaarsen die omgesmolten worden en in walnootdopjes opnieuw gaan branden. Drijvend op een schaal water maken we zichtbaar dat de in de kersttijd doorlichte levenskrachten opnieuw gaan stromen. En die schenken we aan moeder aarde.

Onze weg en de weg van de natuur is een weg die in de donkere tijd van het jaar gemarkeerd is door vele lichtpunten, met in het midden het stralende, innige Licht van het Kerstfeest.