SEIZOENER|Herfst 2017

Column Haags Hart

Ruimte voor nieuwe scholen!

Door: Michel Rog | 2e Kamerlid

Iedere ochtend breng ik onze kinderen naar school – en dan is het altijd weer bijzonder om plaats te nemen achter onze jongens in de kring. Met volle teugen geniet ik van het gezamenlijk zingen – en van het moment waarop de kinderen zich verrukt omdraaien naar hun ouders om afscheid te nemen, als de juf zingt: ‘Dag papa’s en dag mama’s…’ Onderwijs en opvoeding sluiten nauw op elkaar aan, en als ouder wil je toch niets liever dan dat jouw kind naar een school kan gaan die past bij jouw levensvisie, waarden of pedagogische opvatting. Een school die aansluit bij de ontwikkeling en leerbehoefte van jouw kind.

Dankzij de vrijheid van onderwijs worden in Nederland niet alleen openbare scholen bekostigd door de overheid, maar ook bijzondere scholen, zoals vrijescholen. Deze onderwijsvrijheid bestaat dit jaar op de kop af honderd jaar. Hoe anders is dat bijvoorbeeld in Frankrijk, waar alleen staatsonderwijs wordt bekostigd – en de overheid het onderwijs in een verstikkende greep houdt. Alle kinderen op alle scholen krijgen daar op het zelfde uur dezelfde les voorgeschoteld. Ik koester de grote diversiteit in het onderwijsaanbod in Nederland. Ook ons onderwijsstelsel kent verplichtingen, vastgelegd in deugdelijkheidseisen waar alle scholen aan moeten voldoen. Denk aan een minimale hoeveelheid onderwijstijd, het opleidingsniveau van leraren en het voldoen aan bepaalde inhoudelijke eisen. Maar ons onderwijsstelsel is internationaal uniek. Het wordt geroemd om de vrijheid van ouders om een school te stichten, en de vrijheid om het onderwijs daar zelf in te richten binnen de kaders van de wet. Zo zijn we er in Haarlem met een ouder­initiatief zelfs in geslaagd een vijfde vrijeschool te starten. Dat gebeurt op steeds meer plekken, maar helaas lukt dit lang niet overal. Want ook onze vrijheid van onderwijs kent zijn beperkingen. De meeste ‘nieuwe scholen’ zijn dependances of nevenvestigingen, want vaak blijkt het moeilijk om een geheel nieuwe school te starten. Er moet dan namelijk voldaan worden aan allerlei eisen, die niet gelden voor bestaande scholen. En helaas werken bestaande schoolbesturen de oprichting van een nieuwe school soms actief tegen. Daardoor sluit het scholenaanbod in sommige regio’s niet aan bij de behoefte van ouders. Dat staat eigenlijk haaks op de grondgedachte van onze onderwijsvrijheid, en verdient een doordachte aanpassing. Ik ben dan ook blij dat er nu een wetsvoorstel komt dat meer ruimte biedt voor het stichten van nieuwe scholen. Het lijkt me daarbij wel belangrijk dat nieuwe scholen kunnen aantonen dat ze levensvatbaar zijn, voldoen aan de deugdelijkheidseisen en uitgaan van een doordachte onderwijsvisie. Want kinderen zijn niet gebaat bij pop-up-scholen, die na een paar jaar de deuren alweer moeten sluiten. Maar deze wet kan de vele duizenden ouders helpen, die hun kinderen nu niet op de school van hun voorkeur kunnen plaatsen. De toegang tot het vrijeschoolonderwijs zal daarmee voor veel meer kinderen haalbaar worden. En als politiek Den Haag zich leert beheersen en zich wat minder zou bemoeien met de inrichting van het onderwijs, dan zie ik de komende honderd jaar onderwijsvrijheid met vertrouwen tegemoet!

Michel Rog is 2e Kamerlid en woordvoerder onderwijs voor het CDA, oudvrije­scholier en vrijeschoolvader van twee jonge kinderen.