Niets is wat het lijkt met interrail

Madam Petit on Tour (4)

SEIZOENER|Zomer 2019

Door: Doortje Bruin


Al die tegeltjes, muren hoog, gebouwen vol, kerken tot de nok toe versierd. De barok is hier buitengewoon tastbaar. Het liefst zou ik ze stiekem, in mijn hans en grietje opwelling, van de muren af pulkenen in m'n tas stoppen zoals bij het snoephuisje van de heks. Even heb ik spijt dat ik niks kan meenemenmaar niets is minder waar. Want alles gaat mee in m'n bovenkamer waar het niks weegt, wel zo handig met interrail, en waar ik er altijd weer even naar kan kijken... Hebzucht loert altijd om de hoek en is een grote vriendin van mij.

De zon schijnt dunnetjes door de wolken, koffie pruttelt, yoghurt, meloen, brood en een kop thee. De mannen zijn er klaar voor. Gekleed in zwembroek, badmuts en duikbril huppelen ze de stenen stap af alsof we hier al jaren kamperen. Mama kom je ook zwemmen? Misschien later. Ik kijk ze na en trek m'n trui nog iets dichter om mij heen. 
De Helden! 

 

 

Wat het leuke aan een stadje is dat,nu de kinderen wat groter zijn,ze ook met z'n drietjes erop uit kunnen. Niet de hele stad door maar wel via de gebaande weg op route naar de troep winkel. Gewapend met een portemonnee vol kleingeld, op jacht door de bergen rommel... Voor hen het ware goud. Bij terugkomst zie je ze met blije gezichten en hernieuwde energie die stenen trap op huppelen (moet je mij echt niet vragen) om hun koopwaar, schatten van het eerste uur, aan ons te laten zien.
Mus die wel tien keer roept: "Goedkoop joh, echt super goedkoop". En over het feit dat de gekochte kaarten nep zijn meldt hij "in Nederland zijn ze misschien nep maar hier niet!". 
De dag kan niet meer stuk, heerlijk! 

Vandaag geen trein. Morgen ook niet want dan schijnt de zon. En wellicht overmorgen als we de stad binnenste buiten hebben gekeerd nog een dag alleen zwembad. Maar niets is wat het lijkt met interrail.
De voorspellingen slaan om. In plaats van zon vullen de grauwe regenwolken het hemeldek en bieden de bomen elke keer na de stortvloed een toegift van druppels. Wat het buiten zitten niet bevordert. Dus hup hup hup, tent inpakken en wegwezen. Op naar Lisboa, waar de zon schijnt.

De Eerste camping gum ik het liefst uit. De tijd heeft hier stil gestaan, maar ook de mensen. Helaas niet de prijs die ze vragen voor je de slagboom door mag. 
Hier stap ik ’s nachts ook nog met m'n voet in een haring, terwijl ik het dak van de Tipi probeer te sluiten om de NIET voorspelde regen buiten te houden. Toen heb ik echt even alles vervloekt... Wel zachtjes anders maak je iedereen wakker, we staan op een camping. Aaaaah!

 

 

Sintra ligt om de hoek van Lisboa, een prachtig groot natuurpark met plaatjes van kastelen... Als de fakir van de Efteling op zijn tapijt had over gevlogen zou ik niet raar staan te kijken. Voor onze benenwagen was dit iets te veel van het goede, dus genoten Wij van het lange afstand kijken. Overal stonden lange rijen toeristen... Matisse: "Wij zijn geen toeristen, wij zijn interrailers". We slenteren wat rond tot Fiep een steeg, een soort smal pad vond tussen twee muren in, dat omhoog de berg op kronkelende. Als je niks zoekt dan vind je het avontuur zo voor je voeten.

We gliptende hoek om en begonnen aan een klimpartij waar niet iedereen op zat te wachten. Tot het moment van onze eerste geheime gang ontdekking, verstopt achter een zware metalen deur die op een kier stond halverwege de muur. Piepend trokken de mannen hem open en Fiep wilde wel als eerste naar binnen. Maar het zag er iets te bouwvallig uit, wellicht zitten er spinnen, spoken of ander gespuis. Dus sloten we de deur.  
Even verder op het pad lagen dikke keien. Als je daarop klom had je prachtig uitzicht over het dal en het druipsteen kasteel met de lange rij toeristen. Als je nog iets verder klauterde stond je in de tuin.... Tussen al die mooie planten, beeldjes en barokke tierelantijntjes. En ja, wij waren op ontdekkingsreis en stapten zo de gebaande weg af op zoek naar avontuur.

 

 

Voor Matisse was dit een stap teveel avontuur, hij had meer zin in een café met warm drinken en een spel kaarten. Onze wegensplitsen hier voor een moment... ik hou ook heel erg van kaarten en niets is fijner dan de verhalen na afloop aan te horen. 

Van de regen in de drup en terug. Het weer buiten de tent is al net zo slecht als binnen. M'n voet doet zeer. Er zit een grote jaap in. Gelukkig biedt een grote blaren-pleister enige verlichting zodat de reis verder kan. Weg van deze camping waar het busvervoer richting centrum dramatisch is, weg van de troep en regen... Op weg naar het walhalla waar alles schoon, droog en rustig is met twee bomen voor de hangmat, een recht stuk grond om op te slapen (ik denk dat ik bij de meeste campings bijna een veiligheidsgordel nodig had om op mijn matje te blijven liggen) en zonnestralen. 

In Pinhal Novo is zo'n camping. Een volière vol vogeltjes, schildpadden, kippen, ZWEMBAD, heel veel stacaravans met prachtige tuintjes, barretje en een barbecue plein vol gezinnen en gezellig geroezemoes.  Achterin, tussen de dennenbomen kunnen we staan. Nog voor we uitgepakt zijn spelen de kinderen. Winkels vol dennenappels en kampeerspullen zijn in aanleg en Marten en ik, wij zitten tussen dit alles met een glas wijn, kaasje en verder niks. Heerlijk! 
Er waait wel een briesje waardoor we achter ons privé kraantje moeten koken. Maar binnen een dag is alles schoon, droog gewapperd, hangt de hangmat en zijn we ’s morgens wakker gezongen door het Portugese kerk-kamp dat naast ons zijn toevlucht heeft... Het lijkt wel of ik droom. 

Na drie dagen zijn we uitgewaaid... Mijn voet is nog niet goed. De magic pleisters maken de pijn dragelijk. Houtje bijten en hup alles verdwijnt weer in de rugtassen. We worden er steeds sneller in, bijna geroutineerd. Marten regels een lift bij onze buurman, een Engelsman met zigeuner bloed, door lichamelijke klachten van z'n boot verdreven en hier aangespoeld. Er wonen hier trouwens veel Engelsen, dat zie je aan de tuintjes. 
We gaan weer terug naar Lisboa om onze terugreis vast te leggen en een paar dagen de stad te veroveren.  

 

 

Op het station zakt de moed ver beneden onze slippers. Na een slopende wachtrij krijgen we van de loket-beambte te horen dat er geen trein te reserveren is, en dat moet hier, in de richting van huis. Ja over twee weken... Misschien wel twee kaartjes maar we zijn met z’n vijven. Ook niet op de onmogelijke tijdstippen. Alleen via korte ritten kom je het land weer uit... En deze moeten allemaal gereserveerd worden en zo duurt de terugreis dagen. Stom stom stom.. Hier hadden we niet aan gedacht. De zon brandt. We zitten op ons picknick kleed bij het station. De mannen kaarten of maken ruzie. Mijn voet doet pijn maar ik wil het wel proberen. Gooi nog wat kolen op het vuur. Maar dan komen er barsten in ons interrail, ons trein avontuur, ons zo goed bedachte verhaal... Ik kan wel janken! De koek is even helemaal op. Marten neemt een besluit en snijdt daarmee onze interrail navelstreng door... Als een stel geamputeerde interrailers zitten we even in onze kleine zelfmedelijden put. 
Maar niets is wat het lijkt met interrail. De mannen dansen van plezier "gaan we echt vliegen" "net als Teun en net als Finn" "met hetzelfde vliegtuig?"... 

We beleven nog twee heerlijke dagen in Lisboa. Slenteren als sneeuwwitje over de zeven bergen.  
Als we bij het water komen zegt Matisse mama, lisboa is de stad van de troep winkels". Niets is minder waar, maar wat een geweldige stad en wat een lekker eten, verrassende straatjes met z'n honderden cafeetjes, de één nog fraaier dan de andere. Als ik student was zou ik er willen wonen...

 

 

Nu nog een onverwachte maar fijne pit stop in Faro, van waar de vlucht gaat, met mijn broer die daar vakantie houdt. We eten en kaarten nog een spelletje en dan staan we, na een niet geplande maar wel door mijn mannen gedroomde eerste vlucht, op een kletsnatte winderige straat op Nederlandse bodem op Schiphol. Ik voel me alsof ik weggerukt ben uit mijn eigen verhaal... Maar dat is niet waar, ik zit er nog steeds in...

 

Terug naar Tijdschrift