Van het vriendelijke Bilboa naar La Franca aan zee

Madam Petit on Tour (2)

SEIZOENER|Zomer 2019

Door: Doortje Bruin

Dan sta je op het station in Bilbao, geen idee of dit het goede perron is. Zonder treinkaartje waarmee je de klapdeuren kunt openen. Dat is wel een dingetje, die losse kaartjes die wij als interrailers niet hebben. Soms krijgen we in de trein een gratis kaartje van de conducteur maar meestal staan we er als echte, beetje onhandige, niet Spaans sprekende interrailers bij. En krijgen we het idee dat ze op een afstandje staan te gluren. Tot er iemand komt met een schittering in z'n ogen waarachter een binnenpretje schuilt, die ons vriendelijk te woord staat in het Spaans om vervolgens de poortjes te openen voor ons. Toch sta je ook wel eens voor een poortje te wachten en is er niemand om een helpende hand toe te steken. Dan hebben we opeens de fantastische meneer Vos bij ons. Hij smijt eerst z'n tas over het poortje om er vervolgens zelf achteraan te springen. “Nee papa, dat mag echt niet, doe normaal, straks zitten we allemaal in de gevangenis.” Al ras volgen de andere tassen en sluw als zij zijn volgen de Vosjes hem tussen de kier van het poortje en zijn we allemaal veilig aan de andere kant. Pfff, avontuur!

 


 
Eenmaal op de straat zoemt het van gezelligheid. Er klinkt gelach, geroezemoes en klinkende glazen. De restaurantjes zitten vol mensen die de lunch nuttigen. Zo passeren wij vrolijke tafelkleden en keffende hondjes terwijl wij, door een druk babbelende madam, naar onze Airbnb midden tussen het gedruis worden geloodst. Wat een fijne stad is Bilbao: overzichtelijk, vriendelijk en met een warme roes van gezelligheid, zelfs met kinderen is het fijn vertoeven. Als eerste de versmarkt – 'la erribera' – waar je honderden tapashapjes, pintxos genaamd in Baskenland, kunt halen bij de verschillende eetstalletjes, de één nog lekkerder dan de andere. Die pintxos gaan trouwens als een rode draad door Noord-Spanje heen, overal kun je ze vinden op de bar mmmmm.

 


 

Ook kwamen wij per toeval, het moest zo zijn, toen alles eigelijk wegens sièsta zijn deuren had gesloten, waar wij natuurlijk niet aan hadden gedacht en bijna van de honger en trek bezweken, (bijna uitgehongerd als je mijn mannen moest geloven) in een super gezellig café-restaurantje om de hoek van het park, Cooper genaamd. Vriendelijk werden wij onthaald en toen onze favoriete cola werd geschonken was het helemaal oké. De mannen waren nog kleddernat van hun tripje door de fonteinspuiters op het plein bij het Guggenheim, maar de zwarte kussentjes camoufleerden het wegdruipende water en droogden als een tierelier. Smullend van de tosti's zalm, salades en wraps met een verrassende vulling, alles op-en-top biologisch en met liefde gemaakt, bespraken wij de volgende route …
 
Regen, regen en plassen in de straten van Bilbao waarin je lekker kunt spatten met je slippers, vertrokken wij 's middags bepakt en bezakt naar de volgende bestemming: de zee! Voordat we eindelijk bij de camping van La Franca belandden, hadden we al een halve interrail achter onze kiezen. Bus, trein, vastlopende trein, bus … Maar wel vlakbij de camping afgezet, dat dan weer wel. Met blije gezichten bij aankomst meteen het zwembad in. Met onze nieuwe badmutsen leken we op een waterpoloteam in wording.
 
Het strand is adembenemend mooi gelegen tussen de rotsen. Een uitloper uit zee waarin volop dammen gebouwd kunnen worden. Een paradijs maar dan wel met rode vlag, wat betekende dat er vandaag niet gezwommen mocht worden. Dus dat werd dammen bouwen en verkoeling zoeken in het zwembad.
 
En daar waar ik dacht dat een grijze man met enorme camera mijn spelende kinderen aan het nietsvermoedende zeewater met rode vlag aan het vastleggen was (ik dus op hoge poten zeggen dat ik dat niet fijn vond) bleek het later om een cameraman van het nationale nieuws te gaan voor de vermelding van die avond over de plaatselijke poepbacterie in zee … vandaar de rode vlag. Nou, daar ging het zwemmen in zee en de kans op eenmalige roem op de Spaanse tv.
 
Het boemelen langs de Spaanse kust is werkelijk prachtig: mooie uitzichten, pittoreske dorpjes, luierende koeien en een ruige, aanlokkelijke zee. Kletsen, kamertje verhuren en kaarten tot er eentje even verderop gaat zitten mokken … ruimte genoeg. Al rijd de trein maar tweemaal per dag op rustige toeren, mis hem niet anders wordt er aanspraak gedaan op het creatieve brein van de reiziger. Groundhog Day is meerdere malen aan mij voorbij getrokken.

 


Maar 's avonds staat de tent weer strak, zijn de bedjes opgemaakt, pruttelt er eten in de pan of gaan we naar het restaurant binnen loopafstand en is er water in de buurt voor een verkoelende plons. Voldaan kijken mijn man en ik terug op deze dag vol hilarische momenten. We strekken onze rug en genieten voor de tent van de laatste zon, een glaasje wijn en van onze dochter die tokkelend op haar ukelele een nieuwe tekst verzint op de dodenrit van Drs. P.
 
Doortje Bruin
Madam Petit

Terug naar Tijdschrift