SEIZOENER|Herfst 2012

De beeldentaal van het sinterklaasfeest

Geschenken uit de nacht

Door: Pieter van der Ree | Seizoener Herfst 2012

Wanneer de najaarsstormen de bladeren van de bomen rukken, komt ook Sinterklaas weer uit de vergetelheid naar boven. Het hele jaar door hebben we niet aan hem gedacht en dan nadert ineens zijn feestdag weer. Voor kinderen is het Sinterklaasfeest waarschijnlijk het meest geliefde jaarfeest. Niet in de laatste plaats door alle cadeautjes en al het lekkers dat ze hopen te krijgen. Naast hun eigen verjaardag is er geen andere gelegenheid waarbij ze zo rijk bedeeld worden.

Maar naast deze aardse vreugden heeft het feest ook een bijzondere glans door de voorstellingen die ermee verbonden zijn. De cadeautjes worden niet zomaar gegeven, ze komen van Sinterklaas - en deze ‘goedheiligman’ is een geheimzinnig, haast bovennatuurlijk wezen. Hij is al heel erg oud, maar lijkt niet te kunnen sterven. Of is hij, zoals men in Tsjechië meent, al eeuwen geleden overleden en daalt hij ieder jaar opnieuw aan een gouden koord uit de hemel af, om ons zijn geschenken te brengen? Dat zou een minstens even groot wonder zijn! En hoe is het mogelijk dat hij ’s nachts op zijn schimmel over de daken rijdt en aan alle kinderen tegelijkertijd geschenken brengt? Hoe weet hij trouwens wat iedereen wil hebben en kent hij al onze daden? Daar staat als kind je verstand toch echt bij stil! Waarom zijn we zo gehecht aan dit feest en vieren we het al eeuwenlang met zoveel overgave?

Sint Nicolaas heeft als enige katholieke heilige de Reformatie overleefd. In de afgelopen decennia is onze samenleving grotendeels geseculariseerd, maar ook dat heeft aan de populariteit van Sinterklaas niets afgedaan. Of we nu katholiek of protestant zijn, gelovig of ongelovig, het sinterklaasfeest vieren we met evenveel overgave als vele generaties voor ons. Maar waarom laten we kinderen geloven in iets waarvan we als volwassenen weten dat het niet waar is? Welbeschouwd is dat toch een vorm van misleiding? En dat terwijl we in onderwijs en opvoeding zozeer hechten aan eerlijkheid en geloofwaardigheid. Is dat de macht der gewoonte, een winterse hang naar gezelligheid, of ligt daar een diepere zin aan ten grondslag?

Het huis als beeld van de mens
Een verrassend licht viel voor mij op deze vragen toen ik als student ontdekte dat het huis in dromen, sprookjes en kindertekeningen vaak fungeert als een beeld voor de mens zelf. In kleutertekeningen is soms zelfs nauwelijks te onderscheiden of iets een huis of een mens is en ook op latere leeftijd spiegelen huizentekeningen vaak de ontwikkeling van het kind. In het onbewuste bestaat er blijkbaar een sterke verwantschap tussen hoe we als fysieke wezens in ons huis wonen en als geestelijke wezens ons lichaam ‘bewonen’. Wanneer we vanuit dit perspectief kijken naar de voorstellingen en gebruiken van het Sinterklaasfeest, welk nieuw licht valt daar dan op? Het is daarbij belangrijk te bedenken dat Sinterklaas zijn geschenken in de nacht brengt. Het wonderbaarlijke gebeuren dat zich afspeelt tussen het zetten van de schoen en het vinden van de geschenken, onttrekt zich aan ons (dag-)bewustzijn. Kennen we een innerlijke ervaring die daarmee te vergelijken is, ontvangen we wel eens geschenken uit de nacht? Niet in letterlijke zin natuurlijk, maar overdrachtelijk? Ook dát waarschijnlijk niet iedere nacht, maar veel mensen kennen wel degelijk de ervaring dat ze ’s ochtends wakker worden met een goed idee, of de oplossing voor een probleem waarmee ze ’s avonds gingen slapen. Deze ervaring is zo algemeen, dat als we ergens geen raad mee weten, we de behoefte voelen om er ‘een nachtje over te slapen’. En warempel, na een probleem te hebben laten rusten en er een of meerdere nachten over te hebben geslapen, weten we vaak wel wat we moeten doen! Waar komen dat inzicht en die innerlijke zekerheid ineens vandaan? Uit de nacht, ja, maar verder onttrekt de oorsprong ervan zich evenzeer aan ons bewustzijn als de nachtelijke geschenken van Sinterklaas aan het bewustzijn van het kind.

'Binnen het vrijeschoolonderwijs neemt de werking van de nacht een hele belangrijke plaats in'

Geschenken uit de nacht
Binnen het vrijeschoolonderwijs neemt de werking van de nacht een hele belangrijke plaats in. Het hele periodeonderwijs steunt op het idee dat door je een periode lang intensief met iets bezig te houden en het daarna te laten rusten, er in het onbewuste een verwerking plaatsvindt die maakt dat je de draad later beter kunt oppakken. Ook bij de leerlingenbespreking speelt de werking van de nacht een belangrijke rol. Nadat de leerkrachten zich een zo objectief mogelijk beeld hebben gevormd van de constitutie, het gedrag en de ontwikkeling van een kind, nemen ze dit beeld mee in de nacht. Hierdoor blijken er vaak opmerkelijke dingen te veranderen in de verhouding tot en de ontwikkeling van een kind. Deze werking berust er volgens Rudolf Steiner op, dat we gedurende de nacht in een onbewuste verhouding treden tot een geestelijke werkelijkheid. Bij het inslapen maken de ziel en het zelfbewustzijn zich los van het lichaam. Terwijl er in het lichaam regeneratieprocessen plaatsvinden, treden de ziel en het ik in een onbewuste verhouding tot deze geestelijke werkelijkheid. Daar ontmoeten ze, aldus Steiner, het eigen hogere zelf of de genius. Deze beschrijft hij als een ‘lichtend wezen’ dat onze levensweg begeleidt en - net als Sinterklaas - al onze daden en gedachten kent. Uit deze ontmoeting stammen de impulsen en de innerlijke zekerheid waarmee we ’s ochtends wakker kunnen worden. Nu is het niet zo dat deze ontmoeting met de eigen genius automatisch of iedere nacht plaatsvindt. Hij kan ook níet optreden. Of deze verbinding tot stand komt, hangt af van wat we aan ervaringen en impulsen vanuit de dag de nacht mee innemen. Met gedachten die uitsluitend op ons eigen voordeel of de materiële wereld gericht zijn, kunnen deze hogere wezens niets beginnen. Uit wat door hen niet kan worden aangenomen, vormt zich een soort ‘schaduwwezen’ of dubbelganger. Daarmee vertonen deze twee aspecten van ons eigen wezen een opmerkelijke verwantschap met de nachtelijke komst van Sinterklaas en Zwarte Piet. Je zou ze onze ‘innerlijke Sinterklaas’ en ‘innerlijke Zwarte Piet’ kunnen noemen. Oorspronkelijk had Zwarte Piet ook meer een duivelachtig karakter en niet zijn huidige Moors uiterlijk en vrolijke aard. Zo bezien zijn de voorstellingen en gebruiken rond het sinter­klaasfeest een soort ‘projectie’ van processen die zich onbewust in ons eigen innerlijk afspelen. We voeren ze onszelf in beeldvorm voor de geest - en maken ze daardoor bewust. Dat we dit in de winter doen, komt omdat we dan meer naar binnen gekeerd zijn en ons daardoor sterker van de geestelijke werkelijkheid bewust zijn. De twee aspecten van ons eigen wezen vormen een opmerkelijke verwantschap met de nachtelijke komst van Sinterklaas en Zwarte Piet

Geloven in Sinterklaas
Het is zowel heel mooi als een beetje beschamend om als volwassene te zien met hoeveel overgave en ontzag kleine kinderen in Sinterklaas kunnen geloven. Wanneer je met ze meekijkt, kun je de indruk krijgen dat ze werkelijk iets heiligs of een hogere werkelijkheid aan hem beleven. En onherroepelijk komt een keer het moment waarop dit geloof sneuvelt. Ze horen het van andere kinderen, of ontdekken zelf door na te denken dat Sinterklaas niet bestaat. Het ontwaken van het rationele denken helpt ongewild het mythologische beleven van de kindertijd om zeep. Dat kan een grote schok zijn en zelfs het vertrouwen in ouders en leerkrachten ondermijnen. Wanneer Sinterklaas, waarin ik zo heilig heb geloofd, niet bestaat, waarom zou al het andere dat me verteld wordt dan wél waar zijn? In haar boekje ‘Sinterklaas en God’ beschrijft Riekje Boswijk-Hummel bijvoorbeeld hoe haar ontdekking dat Sinterklaas niet bestond in een keer ook haar geloof in God verstoorde. Vanuit het hier beschreven perspectief hoeft de ontdekking dat Sinterklaas niet bestaat in de vorm waarin we dat dachten, niet zo’n grote schok te zijn. Door Sinterklaas als beeld te zien voor een innerlijke realiteit of geestelijke werkzaamheid, kan de blik geleidelijk gericht worden van het geloof in de uiterlijke Sinterklaas naar het erachter liggende principe. Zo kan de toegang tot een rijke bron van kracht en wijsheid bewaard blijven. Wat het geloof in Sinterklaas aan het kleine kind kan schenken, is het vertrouwen dat, als wij ‘onze schoen maar zetten’ en de omgang met de nacht verzorgen, ons op onze levensweg kan toevallen wat we nodig hebben.

Lees ook: ‘Sinterklaas en het geheim van de nacht’ van Pieter van der Ree (uitgeverij Christofoor)