SEIZOENER|Winter 2014

Hoe het begon

10 jaar Seizoener

Door: Evelien Nijeboer | Seizoener winter 2014

In 2014 bestond Seizoener tien jaar. Ooit begonnen als de schoolkrant van één van de kleinste vrije­scholen van Neder­land – de Johannesschool Vrijeschool Tiel – groeit dit volwassen tijdschrift voor de vrijeschoolwereld intussen naar een oplage van bijna 10.000 – en een hele biografie om op terug te kijken. Uitgever Ton Werinussa vertelt.

Ton: ‘Het begon toen mijn eigen kind naar de vrijeschool ging. We wilden een bewuste schoolkeuze maken, dus toen onze zoon tweeënhalf was begonnen we alle scholen in Tiel te bezoeken. We kwamen niet verder dan de Johannesschool. Het was de eerste school waar we binnenstapten, maar verder kijken was overbodig – zoals de klas eruit zag, hoe we ontvangen werden en vooral de sfeer op school was zó goed, dat het ons sterk leek dat een andere school dat zou kunnen overtreffen. We schreven Aaron meteen in voor de peuterklas. Toen hij voor het tweede jaar in de kleuterklas zat, kreeg ik een schoolkrantje in m’n handen gedrukt: de Seizoener, gemaakt door de schoolmoeders Fogitte Witvliet en Rita Vermeulen. Ja, hij heette toen ook al zo – één van de kinderen had de naam verzonnen. Ik heb schriftelijke toestemming gekregen van dit kind om de naam te mogen blijven gebruiken. Het was een stapeltje A4tjes, geknipt, geplakt en gekopieerd, hartstikke leuk en met heel veel liefde gemaakt. Achterin stond een oproepje in de trant van: ‘we kunnen wel wat hulp gebruiken met de schoolkrant.’ Ik dacht: ‘Hé, het schijnt dat ouders hier veel doen op school – dan wordt dit mijn ouderlijke bijdrage.’

PR voor de vrijeschool
Ton werkte als freelance grafisch vormgever bij een uitgeverij en had een professioneel lay-outprogramma tot zijn beschikking. Het lag voor de hand om daar ook de schoolkrant in op te maken. Al snel werd de ‘bladenman’ in Ton wakker voor de idealen van het vrijeschoolonderwijs. Ton: ‘Ik begreep niet waarom onze school zo klein was, terwijl het de enige vrijeschool in de wijde omtrek was. Het onderwijs is zó mooi, met al die verhalen, het kunstzinnige, het zingen en dansen, het bewegend rekenen – dat gun je toch iedereen! Maar de school was best gesloten naar buiten toe. Mooie gordijnen, maar stijf dicht. Ik begreep dat wel, want tien jaar geleden keek de buitenwereld nog met heel andere ogen naar de vrijeschool dan nu. Er was veel tegenkracht, iedere keer gedonder in de media, columns in sommige kranten die speciaal waren ingericht om ons onderwijs omlaag te halen. Dus we konden wel wat steun gebruiken. Ik zag de schoonheid van dit onderwijs en wat het met de kinderen doet en ik dacht: meer mensen moeten dit zien. Deze school heeft een middel nodig om te laten zien hoe mooi het hier is.’  

'Ik zag de schoonheid van dit onderwijs en wat het met de kinderen doet en ik dacht: meer mensen moeten dit zien' (Ton Werinussa)

Kippenvelmoment
Enthousiast ging Ton aan de slag. ‘Ik ging al snel kijken hoe het blad op een hoger plan getild zou kunnen worden. Hoe het redactioneel in elkaar zit, wat de kop en de staart is. Wat het kost, en hoeveel werk het is voor de conciërge om al die krantjes met de hand te kopiëren. Ik had contacten in de drukkerswereld en ging voor de grap eens vragen wat het kost om het digitaal te laten printen – en tegelijkertijd overlegde ik met de schoolleider.’ Die gaf al snel groen licht, want Ton had ook genoeg adverteerders gevonden waardoor het blad zichzelf terug zou verdienen. Ook inhoudelijk kwam de zaak in beweging. Ton: ‘Terwijl je zo’n blad maakt ga je nadenken – wat moet erin, hoe gaan we hem vullen? Als beginnende vrije­schoolouder had ik geen idee wat euritmie was, of jaarfeesten. In juni vroeg ik wanneer dat Michaëlsfeest nou was. Ik was op zoek naar informatie en dacht: met mij wel meer ouders, waarschijnlijk! Maar waar vind je die nu op een goede manier? We besloten om veel over de school te vertellen omdat het nu eenmaal een schoolkrant is, maar ook om meer achtergrondinformatie aan te bieden. Niet over de antroposofie zelf, maar over de vrije­school-pedagogie als uitwerking daarvan.’ Zo maakte Ton in 2003 zijn eerste Seizoener, met een full color omslag. ‘Met een paddenstoel erop. Toen ik die maakte – dat was echt een kippenvelmoment. Ik zag de potentie ervan. Al had ik toen nog geen idee hoe het verder zou groeien.’ 

Plan van aanpak
Na nog twee nummers kwamen er vragen van andere scholen. Ton: ‘Hoe kan het dat de kleinste vrijeschool van Nederland de mooiste schoolkrant heeft? Dat willen wij ook! Dat zette me aan het denken. Ook omdat ik met één nummer al snel twee weken per kwartaal fulltime bezig was – dat is veel voor een oplage van 60 stuks. En op al die scholen liepen ouders rond die graag wilden weten wat de pijlers van dit onderwijs zijn, die verdieping en achtergrondinformatie zochten – maar die de antroposofische bladen niet konden lezen. Dat kon ik toen zelf namelijk ook niet. Iemand had me lid gemaakt van de toenmalige Motief, maar dat was voor mij echt geheimtaal...’ 

In de zomer van 2004 ontwierp Ton het format van Sei­zoener zoals die nu is. ‘Ik nam de Gelderlander als voorbeeld, dat is een provinciale krant met een eigen katern voor de verschillende steden en gemeentes. Als format leek me dat heel geschikt voor de vrijeschool – de achtergrondverhalen over ons onderwijs zijn voor alle ouders hetzelfde, maar je wilt ook dingen over je eigen school weten. Vandaar de keuze dat de school een eigen katern kan vullen. Aan het einde van die zomer had ik een plan van aanpak, compleet met het financiële plaatje erbij, hoe het blad rendabel kon zijn voor mijzelf én voor de scholen.’ Eind 2004 had Ton vijf scholen gevonden die een jaar lang wilden meedoen en dat gaf een basis om door te kunnen werken. 

Winst terugverdelen
Ton: ‘Het uitgangspunt is dat iedereen baat heeft bij Seizoener. De prijs per nummer wordt bijvoorbeeld lager naarmate de oplage groeit.’ Maar Ton legt ook aan scholen uit hoe ze hun schoolkrant kunnen terugverdienen met adverteerders uit de omgeving. Daar ontwikkelde hij producten voor, zoals een adverteerdersbrief met het eigen schoollogo, een tarievenlijst en een advertentieformulier. Ton: ‘Ons tijdschrift – fullcolor, en samen met schoolkatern zo’n 100 pagina’s dik – is vaak goedkoper dan het krantje dat de school zelf maakt.’ Dat wekte vaak verbazing, maar inmiddels spelen sommige scholen zelfs quitte door adverteerders aan te trekken. De winst die Sei­zoener maakt wordt zo dus over alle partijen terugverdeeld. 

‘Ons tijdschrift – fullcolor, en samen met schoolkatern zo’n 100 pagina’s dik – is vaak goedkoper dan het krantje dat de school zelf maakt' (Ton Werinussa)

Flessenhals 
Overschotten waren er echter niet – en Seizoener kwam financieel in steeds moeilijker vaarwater. De algehele sfeer in 2012 was er één van verbouwing en crisis, ook binnen de vrije­schoolwereld. Ton was continu overladen en de redactie functioneerde ook daardoor niet optimaal. De organisatie moest drastisch worden herzien om door te kunnen gaan. Ton: ‘Het was erop of eronder, een flessenhals. Middelen waren er nauwelijks. Gelukkig wilde Maritgen Matter op mijn verzoek de hoofdredactie op zich nemen. Zij is verantwoordelijk voor de inhoud, doet de eindredactie en de art-directie. Ze heeft alles in huis: ze is schrijfster, heeft een lerarenopleiding Nederlands en de Rietveldacademie gedaan – én ze is een bevlogen oudvrijescholier met een grote liefde voor dit onderwijs. Ze kent het antroposofische gedachtegoed van huis uit. Dank­zij haar kwam Seizoener op een hoger plan. De inhoudelijke wisselwerking tussen beeld en tekst is nog beter geworden. We zijn soms dágen bezig met het zoeken van het juiste beeld bij dat ene artikel, of naar ‘dé’ nieuwe cover. Zo samenwerken is heel magisch, het begint dan te borrelen en te zoemen om je heen – leuker werk kan ik me echt niet voorstellen.’ 

Toekomst 
Zoals er tien jaar geleden vragen van andere scholen kwamen, zo komen er nu vragen uit het buitenland. België heeft zich al aangesloten met een Seizoenerschool. Er wordt nu nagedacht over een Engelstalige, vooralsnog digitale versie van Sei­zoener – want de Waldorffamilie kan wereldwijd veel meer onderling verbonden worden. Ook de nieuwe website komt binnenkort online. ‘Ik heb het gevoel dat ik nu helemaal op mijn plek zit, in het leven. De wereld lijkt soms voor de afgrond te staan, of al bezig te zijn met erin te vallen. En ik zie aan mijn eigen zoon dat de vrijeschool mensen aflevert die er klaar voor zijn om daar iets goeds mee te doen. Die zelf na kunnen denken en gefundeerd een mening kunnen vormen. Mensen die sociaal vaardig zijn en begrip hebben voor andermans standpunten. Ik denk dat de wereld behoefte heeft aan ons onderwijs’.